24.04.17

Minder is meer - Thijs Last

Het is ondertussen alweer half April geweest, de winter is voorbij en het voorjaar in volle gang. Ondanks de buitentemperatuur die stijgt met geregeld een lekker zonnetje is de watertempratuur nog relatief laag en zijn er nog geregeld kouden nachten met een paar graden onder nul. Dit zijn zeker zaken om rekening mee te houden in je aanpak en de wateren die je wil bevissen.

In het voorjaar en richting het einde van de winter kies ik graag voor ondiepere wateren, parkwater, kleine riviertjes en ondiepere plassen hebben mijn voorkeur. Doordat het water ondiep is warmt het sneller op en komen de vissen eerder in beweging.
Ik ga opzoek naar holdings en plekjes waar de karper graag een kijkje neemt en komt genieten van de eerste zonnestralen. Meestal ontdek ik deze door goed te observeren. Daarnaast breng ik de diepte verschillen in kaart en tast ik met een hengel en een stuk lood de bodem af. Aan de hand van deze kennis bepaal ik de zone waar ik wil vissen en maak ik meestal meerdere stekjes die ik kort afvis.
Voeren of lokken en geen kruimel tijdens het vissen
Meestal voer ik mijn stekjes een paar dagen aan voordat ik ga vissen. Het liefste voer ik op hetzelfde tijdstip als ik de stek (ken) wil bevissen. Echter is hier natuurlijk niet altijd de mogelijkheid voor om verschillende redenen. Op ondiep water voer ik s avonds zodat ik zeker weet dat ik de karpers bereik en niet de eenden.

Aangezien de watertempratuur nog relatief laag is in deze periode en we nog geregeld koude nachten hebben beperk ik me tot zeer weinig voer. De hoeveelheden die ik voer zijn verschillend en afhankelijk van de situatie, zoals weer, aantal vissers, bezetting, type water etc.
De afgelopen periode heb ik door minimaal te voeren met regelmaat mooie karpers kunnen vangen, waaronder twee stokoude erg gaaf. Ik voer telkens twee stekken, per stek twee plekjes, voorzien van 10 tot ongeveer 15 boilies van 15mm per plekje en dat drie dagen lang. Door dit consequent te doen hoef ik meestal niet lang te wachten op een aanbeet. Binnen anderhalf uur geen beet betekent verkassen naar de volgende stek. Dit heeft twee voordelen, je blijft lekker in beweging en krijgt het niet snel koud en door het bevissen van verschillende stekjes krijg je vaak snel in de gaten waar de vis zich bevindt.

Door dusdanig weinig voer te brengen op de juiste plekjes kun je eigenlijk niet meer spreken van voeren aangezien het aas wat je brengt echt minimaal is. De tactiek die ik hierboven heb beschreven is gebaseerd op lokken, door het brengen van minimale hoeveelheden aas leer je de vis dat er wat te halen valt maar ook niet meer dan dat. Aangezien een karper erg nieuwsgierig is en houdt van wat lekkers blijft hij wel terugkomen. Tevens blijft er door deze aanpak zelden voer liggen op de stek wat zeker in je voordeel werkt in de koudere periodes. Het voeren of beter gezegd lokken zorgt ervoor dat het wachten op een aanbeet aanzienlijk korter word dan wanner je instant gaat vissen. Door het actief bevissen van verschillende stekjes leer je veel sneller het water kennen en is het een hele interessante visserij waarbij je telkens bijleert. Tijdens het vissen zelf kies ik meestal voor een single hookbait en geen kruimel voer! Dit resulteert geregeld in een snelle aanbeet!
Een erg leuke, actieve en leerzame manier om te vissen in het voorjaar. Doe er je voordeel mee!

News ArchiveNEWS ARCHIVE

ARCHIVE