31.01.13

Kerstclimax - Daniel Takken

Wintervissen is een van mijn demonen, een constant terugkerend fenomeen waar ik jaar in jaar uit mee worstel.
Ik houd niet van kou, krijg altijd stervens koude vingers en oren en bovendien is de moeite die je moet doen voor een vis in vergelijking met de warme maanden in het voorjaar vaak bijzonder groot.
Toch kruipt het bloed waar het niet gaan kan en blijf ik, keer op keer, proberen om dat ultieme doel te bereiken, namelijk een hardbevochten wintervis.
Er zijn in mijn ogen twee manieren om in de winter enigszins succesvol te zijn. De ene manier is om vanaf een watertemperatuur van nog ruim boven de 12 graden, liefst eind september, te beginnen met voeren en ervoor te zorgen dat je constant blijft voeren met een goed winteraas en de hoeveelheid aan te passen naar gelang de watertemperatuur daalt. Regelmaat is hierbij een absolute must!

Dit jaar ben ik door vele omstandigheden niet in staat geweest om een dergelijke campagne op te zetten. Hierdoor was ik afhankelijk van instant sessies. Gelukkig is het water waar ik mijn pijlen vanaf begin november op richtte vrij ondiep. De keuze voor een ondiep water is namelijk de tweede optie om in de winter succes te kunnen boeken. Dergelijke wateren reageren vaak erg goed op weersveranderingen. Zeker als er na een periode van windstil en koud weer ineens een warme zuid/zuidwestenwind in het spel komt, wil het op deze wateren wel eens een schakelaar om zetten bij de vissen.

De eerste sessies in November verliepen visloos. De keren dat ik viste was het vaak bitter koud, met een felle oostenwind en onder water roerde zich niets. Ik kon zelfs een week helemaal niet vissen doordat het water simpelweg dichtgevroren was!
Halverwege december keerde mijn geluk. Een zachte zuidelijke luchtstroom nam de overhand en bracht temperaturen van rond de 10 graden naar ons land. De watertemperatuur klom in krap een week tijd van 1,5 naar 5 graden en ik plande een nachtje in. Ik koos voor een stek buiten de holding area’s, omdat ik het idee had dat de plek waar de vissen doorgaans lagen zo ver in de takken was dat ze op een fatsoenlijke manier bevissen gewoonweg onmogelijk was. Ik gokte erop dat het warmere en onstuimige weer de vissen in het ondiepe water zou kunnen activeren om te gaan zwemmen.
Met de boot vond ik een richel die langzaam af liep van 0.8 naar 1.8 meter. Op het ondiepere deel lag allerlei puin, voornamelijk grote bakstenen en brokken beton. Hier tussen vissen leek me geen fatsoenlijke optie dus ik koos er voor om 1 hengel voor het puin te vissen, op ongeveer 1 meter diepte. De tweede hengel ging een stuk verderop net achter de richel, waar de bodem van 1.60 meter en harde klei/veen naar 1.80 meter en zachtere prut overging.

Gedurende de avond en nacht kreeg ik twee harde lijnzwemmers, waarbij de Stow’s helemaal tot de blank werden getrokken. Ook ving ik twee brasems. Alle actie kwam van de hengel achter de richel, dus toen ik s’ochtends aan het inpakken was had ik de volgende sessie al gepland.
Een paar dagen later, op 24 december, ben ik terug. Eindelijk lijkt mijn geluk gekeerd, het weer is ‘bang on’ zoals de Engelsen zeggen! Het is extreem zacht met middagtemperaturen van 11 graden, en gedurende de nacht zou het niet kouder worden dan 8 graden. De wind is ‘n kalme 2 Bft uit het zuiden.

Met behulp van m’n bootje en een prikstok zoek ik de richel minitieus af. Ik besluit drie hengels redelijk kort op elkaar te droppen, in de hoop alle mogelijke zwemroutes van vissen voor, op of achter de richel te bestrijken. Drie mini markers worden op de precieze hotspots gedropt en vanaf de kant teken ik de exacte richting uit aan de hand van markeringspunten op de horizon.

Drie hengels worden zo subtiel mogelijk opgetuigd, met een zwevende gevlochten hoofdlijn voor een zo direct mogelijke beetindicatie, gevolgd door slechts 6 meter fluorocarbon. Het rigje bestaat uit een semi-fixed round pear van 70 gram en een volledig gestript N-trap onderlijntje van 6 cm. Ik gebruik bewust geen tube of leadcore, omdat het koude winterwater een stuk helderder is dan normaal en ik bovendien geen enkele verzwaring wil op de hoofdlijn die de aanbeet vertraagd kan doorgeven.
Alle hengels worden voorzien van ultra licht zwevend aas en een redelijk zware haak, een Kontinental maat 6, zodat deze laatste onmiddelijk onderin de bek valt en de slome wintervissen zal prikken. Verder hang ik slechts een kleine funnelweb PVA gevuld met grondvoer, pellets, maden en vloeibare attractor aan de rigjes.

Nadat alle drie de hengels bij de markers zijn gedropt, markeer ik de lijnen op de juiste afstand met een klein stukje oranje elastiek. Zo kan ik met de hengel op de kant en de lijn achter de lijnclip telkens m’n rigs op dezelfde kleine plekjes droppen. Het is alleen een kwestie van heel goed de markeringspunten op de horizon in de gaten houden om je op het water te kunnen orienteren. Voor de zekerheid neem ik meestal de prikstok mee in de boot om te controleren dat ik ook echt op het juiste plekje zit. Als alle hengels liggen verwijder ik de markertjes, zodat er geen vissen de markerlijn kunnen oppikken bij een eventuele aanbeet.
Ik zit de hele middag op m’n handen, en de voorraad thee slinkt snel. Een aanbeet blijft echter uit. Als de avond valt krijg ik de eerste actie in de vorm van brasem. Rond tien uur s’avonds heb ik er 3 gevangen en ook 1 harde lijnzwemmer gehad. Weer komt alle actie van de hengel die 20 cm. achter de richel ligt. Ondertussen is de wind langzaam gedraaid naar west en aangetrokken tot windkracht 5. M’n plu klappert in de wind en ik kruip de dikke slaapzak in.
Als ik al lang en breed lig te slapen krijg ik een langzame oploper, weer op links. In het licht van m’n hoofdlamp zie ik de top langzaam kromtrekken en in paniek glibber ik mezelf een weg door de modder naar de hengel. Meteen voel ik dat ik met karper te maken heb en de vis scheert langzaam naar links. Ik kan hem vrij makkelijk kort voor de kant krijgen en voor ik het goed en wel door heb duikt er een groot karperlijf op in de golven. Ik schep in één keer raak en als ik in het net kijk besef ik wat er zojuist gebeurd is.
In het holst van de nacht, moederziel alleen in een razende westenwind heb ik dé parel van de put gevangen, juist die ene vis die ik zo graag wilde vangen, en dat met kerst! Ik kan het haast niet beseffen en ga even naast het net in het natte gras zitten. Wat een ultieme nacht, mooier dan dit wordt het haast niet...

Als ik binnen een uur nog ’n schub vang op dezelfde hengel is het plaatje helemaal compleet. Beide vissen liggen rustig in de bewaarzak voor wat plaatjes in de morgen. Het is goed zo.

Wintervissen kan kei- en keihard zijn, maar momenten als dit doen je alle bevroren handen, ijskoude regen en eindeloze blanks onmiddelijk vergeten.

Get out there!

Daniel.

News ArchiveNEWS ARCHIVE

ARCHIVE