26.08.15

Kanaalvragen - Daniel Takken

Onlangs kregen volgers van de Team Korda Benelux Facebookpagina de kans om enkele vragen te stellen aan Daniel Takken. De in het noorden van het land wonende karpervisser vist al jarenlang op diverse kanalen. Enkele vragen over dit watertype heeft hij voor ons beantwoord.

Stefan Wolters
Hoe pak je het kanaal nu aan!? Bij ons in de buurt is het kanaal aan de kant 2 meter diep en in het midden 3,5 meter, net een badkuip van vorm. Veel stenen, en basaltblokken langs de kant en ijzeren damwand platen.
Veel bootverkeer, alleen van 10 uur s'avonds tot 05:30 s'morgens niet, de rest van de dag per half uur zeker 2 stuks! Hoe zou je dit aanpakken?

Allereerst is het belangrijk om te bekijken welke sector van een kanaal je wilt gaan bevissen. Als je een beetje informatie hebt over welke stukken normaal gesproken bij andere vissers succes opleveren, dan heb je alvast een startpunt. Vergeet ook niet om daar waar mogelijk goed te observeren, vaak kun je met een beetje moeite en eventueel een (vouw)fiets al snel de vis vinden. Kies hiervoor liefst wat zonnige dagen waarbij de scheepvaart minder is.
Vervolgens kun je met een peilhengel interessant uitziende stukken uitkammen. Ga op zoek naar stukken bodem die redelijk ‘schoon’ zijn, in dit geval waar je fatsoenlijk een rig kan plaatsen en een vis veilig kan landen zonder dat je vast komt te zitten in stenen en basaltkeien. Ik zorg er meestal voor dat ik over een oeverlengte van 100 – 250 meter, meerdere plekken heb om hengels te kunnen vissen. Zo creëer je meer ruimte op je stek en kun je de rust in de sector houden mocht je vis gaan vangen.
Heb je eenmaal een mooie stek gevonden, dan kun je een aantal dagen gaan voeren. Doe dit liefst zo laat mogelijk, om de tijd dat je voer zonder turbulentie van boten zijn werk kan doen zo lang mogelijk te rekken. Voer gerust wat ruimer, kanaalvissen zijn echte nomaden en zwemmen vaak grote afstanden. Door over een sector van 100 tot wel 300 meter her en der groepjes van 3 – 5 boilies te voeren, zorg je ervoor dat de vis blijft zwemmen en zoeken naar voedsel.
Heb je meerdere mooie stekken gevonden, dan loont het zeker de moeite om afwisselend meerdere stekken voor een korte periode (2 a 3 dagen) aan te voeren en beurtelings af te vissen. Zo kun je veel sneller ontdekken waar de vis zich ophoudt en geneigd is te azen! Maak tijdens het vissen gebruik van backleads op een stevige hoofdlijn, bijvoorbeeld 43/00 SUBline . Verder een simpele leadclip setup, stevige haak maat 6 aan 20 of 30lb N-trap soft, en je bent aan het vissen!

Daniel Takken is een echte kanaalvisser...

...en heeft al menig mooie vis weten te vangen.

Daan Standaert
Ik heb hier een kanaal aan m’n deur, maar heb er nog nooit een karper kunnen vangen. Het is er 0.5 meter diep aan de kant tot 6 meter in het midden. Dus zeer ondiep en aan alle oevers overhangende beplanting. Je ziet hier redelijk wat karper zwemmen maar kan ze nooit vangen... Any tips?

Het feit dat je vis ziet zwemmen is al een mooi startpunt! Het is erg belangrijk om uit te zoeken waar de vis zich doorgaans het vaakst laat zien. Dit kun je gebruiken om een sector te kiezen waar je wilt gaan vissen.
Als je vis ziet zwemmen, maar niet kan vangen, dan loont het soms om een tijdje te gaan voeren. Kies in dit geval voor een mix van tijgernoten, hennep en boilies als start. Hiermee spreek je veel meer vis aan dan als je alleen boilies voert, en trek je ‘moeilijke’ vissen wellicht eerder over de streep. Als je teveel last krijgt van witvis, dan zou ik de hennep achterwege laten. Aangezien het kanaal voor je huis ligt, kun je perfect een langere periode voeren, aangezien je precies kunt zien wat er gebeurt. Twee maal daags voeren heeft vaak een nog groter effect, aangezien de periode dat er niets te vreten ligt voor de vissen veel korter is. Verspreid je voer over de gehele breedte van het kanaal, zodat je meerdere opties hebt om hengels op te vissen. Zo kun je bijvoorbeeld je rigs over dieptes van 0.7 – 6 meter verdelen.
Ondanks nauwkeurig observeren en een gedegen voercampagne kan het natuurlijk voorkomen dat je de vissen nog steeds niet aan de schubben komt. In dat geval schakel ik soms over naar opvallend haakaas. Een fluo pop-up, aangeboden aan een chod rig of hinged stiff rig, wil soms passerende vissen triggeren. Dit kunnen vissen zijn die niet echt geïnteresseerd zijn in voer, maar puur uit nieuwsgierigheid je pop-up meepakken. Door de popups te soaken in Goo, vergroot je de attractiviteit nog meer.

Dennis van Helmond
Hoe lokaliseer je vis op een kanaal? Ga je op zoek of gok je op pilaren en dergelijke?

De eerste keuze gaat voor mij, ongeacht welk watertype ik bevis, altijd uit naar de vis zoeken. Ook op kanalen dus.
Indien er een jaagpad langs het kanaal loopt, dan loont het zeker de moeite om tijd te investeren en grote stukken kanaal af te lopen of te fietsen. Zoek op Google maps alle mogelijk interessante stukken zoals verbredingen, kommen met plantengroei, zijtakken, doodlopende stukken of sluizen. Met zonnig weer en op dagen met weinig scheepvaart is het vaak mogelijk om vissen te spotten in de bovenste waterlagen. Een polaroidbril is hierbij echt essentieel!
Heb je eenmaal een of meerdere vissen gevonden, neem dan de tijd om te kijken wat ze doen. Trekken ze echt of hangen ze ook rond in een sector? En zie je ze daar slechts een keer of kun je een patroon ontdekken? Hoe meer informatie je kunt verzamelen, hoe groter de kans dat je ze ook daadwerkelijk gaat vangen.

Er zijn altijd situaties waarin het spotten van vis een stuk lastiger is. Neem bijvoorbeeld de koude periodes van het jaar, waarin de vissen zich niet of nauwelijks in de bovenste waterlagen laten zien. Ook kanalen waar veel scheepvaart is of extreem brede en diepe wateren, zijn vaak lastige observatie wateren.
In dat geval is het zaak om je stekken zo tactisch mogelijk te kiezen. Zoek naar interessante zaken die het monotone karakter van het kanaal opbreken. Bruggen, sluizen en zwaaikommen zijn allemaal gekende en geijkte richtpunten. Vergeet echter niet dat zich onder water ook allerlei interessante dingen kunnen openbaren. Hele stukken afvaren met een dieptemeter kan hele mooie stekken opleveren. Ook het aflopen van de oever met een peilhengel kan zeer lonend zijn. Kuilen, onderbrekingen in het kanttalud, mosselbankjes, schone plekken tussen de stenen of plekken waar ineens waterplanten groeien zijn allemaal de moeite van het bekijken waard.

News ArchiveNEWS ARCHIVE

ARCHIVE