22.11.14

Hollandse parels - Bart van Bezouw

Als karpervissende student is het vissen vrij gemakkelijk. Pieken op de juiste momenten en op de juiste wateren zijn voldoende om een hele reeks dikke bakken per jaar te vangen. Donderdagnacht de stekken afromen zorgt veelal voor natte bewaarzakken en wanneer ik tevreden koers zet naar huis schuift het eerste weekendvolk aan. Met een glimlach wens ik ze dan succes. Nu in 2014, slechts enkele jaren later behoor ik zelf tot die laatste categorie en ervaar ik op pijnlijke wijze de consequenties. Het is vrijdagavond als ik na het werk snel thuis een hap eten naar binnen schuif en koers zet naar het water. Zoals verwacht op deze mooie voorjaarsdag zit deze tot de nok toe vol met andere vissers. Nog net zie ik de donderdagnacht visser met een glimlach het terrein verlaten. Zijn zakken gevuld en met het slijm tot aan zijn oren. Ik weet dat ik te laat ben en tegen beter weten leg ik de hengels op scherp. De blank is al ingecalculeerd en tijdens een kop koffie gaat het roer om. Een nieuw water, weg van de drukte en op jacht naar Hollandse Parels.

In de auto denk ik terug aan hoe ik het water heb leren kennen. Het was een jaar of drie geleden dat ik bij een vismaat op bezoek ging op het betreffende water. Terwijl hij de hengels klaarmaakte filosofeerden we over de nacht die ging volgen. Met 4 weken voeren kon het vrijwel niet mis gaan. Dat het succes echter zo snel kwam hadden we beiden niet verwacht. Binnen 20 seconden na het inleggen volgde een fluiter en een stevige dril. In het heldere water schitterden de grote schubben van de spiegel in het avondlicht Niet veel later lag ze uitgeteld op de mat en bewonderden we een schitterende oerkarper met schubben als meloenschijven. Een heel najaar kon hij er rustig zijn gang gaan en in alle stilte ving hij een serie prachtvissen. Het water raakte de jaren erna wat in de vergetelheid maar lijkt nu naadloos aan te sluiten bij mijn nieuwe werkelijkheid van weinig vis – en voertijd.
Enkele weken voer ik het water aan voordat ik ergens half juni bepakt en bezakt de weg naar de stek af leg. Ik verwacht dat de vis van links komt en zorgvuldig laat ik de Subline tegen het talud afzinken. Verstoring van de stek bij langszwemmende vissen is het laatste wat ik kan gebruiken als ik deze nacht een serie wil draaien. Qua rigs heb ik het simpel gehouden. Maatje 6 widegape aan een 15 centimeter N-Trap Soft en een 100 grams inline lood moet ruim voldoende zijn om te haken en te houden. Die eerste nacht verloopt onrustig. Alle hengels lopen tot tweemaal toe van links naar rechts af. Naast enkele schubs vang ik een hele serie stokoude spiegels. Hollandse Parels van de bovenste plank. Door na het vangen van een vis snel weer de hengel op de plek te leggen weet ik zelfs binnen 15 minuten op dezelfde hengel een tweede vis te haken. Om in dit soort situaties geen tijd te verliezen heb ik altijd een beaasde onderlijn met PVA stick klaar liggen. De vis mag na de vangst even rusten in de weighsling terwijl ik de hengel weer in positie breng. Met de beperkte vistijd die ik heb wil ik elke minuut zo effectief mogelijk benutten. Ik ben weer ouderwets aan het genieten, ondanks dat de echte bakken uitblijven. 
Doordat het aantal bevisbare stekken op het water erg beperkt zijn merk ik dat het vangen van vissen in de loop van het jaar steeds complexer wordt. Aan het rollen en springen van de vis is het overduidelijk te zien dat ze nog aanwezig zijn, maar de aanbeten blijven uit. Wel krijg ik in deze periode ineens bovenmatig veel lijnzwemmers. Ik analyseer mijn lijnligging en besluit om mijn steunen 50 meter verderop in de grond te drukken en dezelfde stekken als voorheen mijn aas te droppen. De veranderende ligging van de lijnen heeft de karpers weer voor even op een dwaalspoor gebracht en de stekken die eerder kapot gevist leken te zijn beginnen spontaan weer te produceren. Het succes is echter van korte duur en al snel neemt het aantal aanbeten weer af. Ik besef dat het verplaatsen van de hengels wel degelijk succes heeft gehad en ik vis het najaar uit door mijn hengels gedurende een sessie regelmatig te verplaatsen . In sommige gevallen zette ik zelfs 3 keer per nacht mijn wekker om hengels te verplaatsen en een handje vol nieuwe boilies over de stek te verspreiden. Een tactiek die maar weinig wordt toegepast en structureel voor meer aanbeten lijkt te zorgen. Door hierbij ook stekken te bevissen die ik normaal links liet liggen weet ik een aantal bonusvissen te vangen. Het is ergens begin november als ik op een frisse ochtend wakker wordt en besluit dat het jaar er op dit water op zit. Ik heb veel geleerd en nieuwe ideeën opgedaan om mijn visserij in de toekomst nog meer te kunnen vormen in de nieuwe stijl. Voor het eerste sinds jaren ga ik ook weer eens vol energie de winter doorvissen op zoek naar bevroren goud.

News ArchiveNEWS ARCHIVE

ARCHIVE