03.01.18

Een vijftiger als afsluiter - Daniel Takken

Ik bevind me op de grens van donker en licht, mijn favoriete tijd van de dag. Stoom rijst op onder mijn Tempest en ik giet het kokende water over de versgemalen koffiebonen. Met een warme mok tussen m’n knuisten kniel ik naast mijn hengels en terwijl het duister langzaam oplost in de steeds dikker wordende mist, luister ik aandachtig voor een aanwijzing, een hand die de juiste richting aangeeft…

Nooit eerder beviste ik een water dat zó taai was als dit. Mijn hangers blijven sessie na sessie roerloos en ondanks dat al mijn zintuigen op scherp staan en ik voor m’n gevoel alle schakelaars goed heb staan, gebeurt er al weken, wat, al maanden, niets…
Het is inmiddels al half oktober en ik besluit er voor de laatste periode van het jaar nog een keer goed mijn tanden in te zetten.

Thuis in de garage loop ik alles nog een keer na. Aas, check. Hardware, check. Rigs, check. Stek, check . Ik weet waar ik nu wil zijn, en ik hoop vurig dat mijn vermoeden bewaarheid gaat worden. Ik heb de zone waar ik mijn pijlen op gericht heb al een tijd voorzien van mijn aas en ik hoop dat een deel van de populatie er in ieder geval van gesnoept heeft. Aangezien de dagen al behoorlijk korter worden, arriveer ik de eerste keer op de nieuwe stek in de avondschemer. Omdat ik de zone goed heb uitgepeild gooi ik met behulp van m’n distance sticks binnen 20 minuten alle drie de hengels op de stek. Tevreden met hoe alles ligt zet ik m’n avondeten op het vuur. Als ik de brander uitdraai hoor ik een eerste plons. Die avond hoor en zie ik in een periode van drie uur meer dan 20 vissen springen in de zone. Dit kan geen toeval zijn, ze liggen erop. Desondanks zwijgen m’n beetverklikkers en ruim ik aan het eind van de volgende ochtend enigszins gefrustreerd op. 

De volgende keer arriveer ik voor twee nachten. Het ritueel is bijna identiek aan de vorige keer, echter heb ik nu een voerboot mee om één hengel te kunnen voorzien van wat klein spul rond het haakaas. De overige twee gooi ik hard en strak op de gewenste plekken. De nacht verloopt weer stil, maar als ik mijn tweede kop koffie van die ochtend inschenk gebeurt het. De rechter hanger klapt tegen de blank en de slip begint te tikken. Trillend op m’n benen dril ik de vis af en dan glijdt er ein-de-lijk weer een vis over het koord. Ik ben echt door het dolle – het doorzetten beloond. Een prachtige schub mag even later poseren en zakt daarna langzaam weg in het kristalheldere water.
Die avond mag ik er zelfs nog een bijschrijven, een jonge uitzetter die bewijst dat deze vissen groeien voor wat ze waard zijn.

De week erna breekt november alweer aan, en ik zet stug door. De paden rond het water zijn door de zware regenval veranderd in een soort vloeibare bagger waardoor de weg naar m’n stek met een beladen trolley een ware survivaltocht wordt. Om de dingen nog erger te maken heeft een zware storm in oktober een hele rits bomen platgelegd die het toch al zware pad op bepaalde delen blokkeren. Een enkeltje met trolley kost me dan al gauw een half uur. Ik blank nog twee nachten maar vang tussendoor eindelijk een betere vis.
Ik merk dat de drang naar grote snoek en snoekbaars met het dalen van de temperatuur bij mij steeds groter wordt, en ik besluit om nog één nachtje te gaan. 
De omstandigheden zijn belachelijk, de voorgaande week heeft het non-stop geregend en het pad is nu praktisch onbegaanbaar. Na een stressvolle dag op het werk duw ik in het licht van een stervende hoofdlamp mijn kar door de drek. Halverwege glijdt het wiel weg en kiepert alles ondersteboven. Tot overmaat van ramp blijken er twee andere vissers te zitten die de aanzwemroute naar mijn stek met in totaal 6 hengels bevissen.
Als ik eindelijk op de stek aankom, besluit ik om de hengel die ik normaal gesproken in de richting van de andere twee vissers gooi op de kant te laten. Ik plaats twee hengels zeer secuur op de stekken die dit najaar vis hebben opgeleverd en voer minimaal bij. Uiteindelijk kruip ik met een redelijk vertrouwen in de slaapzak..

Hinged Stiff rigs geknoopt met Choddy haken en Mouthtrap hielpen de klus te klaren

Vier piepen in het duister zorgen ervoor dat ik in m’n waadpak naast mijn hengels zit. Het is de linker, de hanger staat tegen de blank en ik voel dat de lijn strak staat. Snel pak ik ‘m op en zoek contact. Het is net als de vorige keer – een zwaar, dood gewicht dat ergens aan de onderkant van het talud hangt. Ik loop snel met het kanttalud mee tot de rand van m’n waadpak om een betere hoek te krijgen ten opzichte van de vis. Gelukkig lijkt de vis het talud mee omhoog te zwemmen en krijg ik ‘m zonder problemen tot enkele hengellengtes van me af aan het oppervlak. De batterijen in mijn lamp hebben het zo goed als begeven maar ik zie in het zwakke schijnsel nog net een grote witte vlek over het netkoord glijden. Yes. Binnen!!
Als ik in het net tuur zie ik een hele, hele grote schub…

De klok gaat op 0 en als ik met behulp van een schepnetsteel de vis tors, klapt de naald direct door tot halverwege en blijft daar ferm staan. Ik laat het geheel zakken, doe het nog eens en dan dringt het door.. Een Nederlandse 50er. Een Nederlandse 50er!!

Twee goede vrienden assisteren met het fotowerk die ochtend en laten mij aan het eind van de ochtend achter in een heerlijke chaos van naar karper meurende, natte zooi en gebruikte koffiefilters.

Wat een najaar…

News ArchiveNEWS ARCHIVE

ARCHIVE