16.03.16

De kop is er af! - Stefan Slechten

Het gevonden grindplateautje (zie blog: Grind!) houdt me in de dagen die volgen goed bezig. Dagelijks loop ik ’s avonds een rondje om het water, zoek ik naar visactiviteit en gooi ik een handje of twee Cell’s boven op het bultje en op een ander interessant stekje. De weersomstandigheden verbeteren licht, de vrieskou lijkt voorlopig even verdwenen, en ik plan dan ook het eerste nachtje van 2016.
De zon is al lang en breed achter de horizon verdwenen wanneer ik de trolley door het hekje manoeuvreer en naar de stek loop. Het waait stevig, wolken razen boven mij langs en het is al de hele dag aan het miezeren. Niet genoeg om echt nat te worden, maar toch genoeg om heel het boeltje vochtig te krijgen. Zo’n eerste nacht van het jaar is vaak wat onwennig, maar ik ben goed voorbereid en binnen no-time staat alles klaar voor actie. De rechterstok kan met een onderhandse worp aan de rand van het afgestorven lelieveldje, de linkerstok vaar ik met behulp van het bootje naar het grindplateautje toe. Het blijkt uiteindelijk nogal een gedoe, want vanuit het niets doemt een grote tak op, die gevaarlijk dicht bij de beoogde stek ligt. Ik verwacht niet dat de vissen in deze koude periode vol gas ‘runnen’, maar wil toch het zekere voor het onzekere nemen. Met behulp van een dik touw bind ik de tak vast aan het bootje. Zo goed en zo kwaad als het kan, roei ik een meter of twintig naar links. De tak is te zwaar om uit het water te tillen, maar door hem op te schuiven denk ik nu voldoende speelruimte te hebben om de vis vrij te kunnen drillen. Nu maar hopen dat al het tumult de vissen niet verjaagd heeft..
Veel later dan gepland, omdat ik simpelweg niet kan stoppen met foto’s te maken van de mooie omgeving waarin ik mij bevind, duik ik in de slaapzak en trek ik mijn muts nog wat dieper over het hoofd. De gure wind is gedraaid en staat nu recht in de Atom te blazen. Het moet maar zoals het gaat, want ruimte om de tent te verplaatsen is er nu eenmaal niet. Na een veel te goede nachtrust word ik bij het krieken van de dag wakker en hangen de wakers er roerloos bij. Valt dat even tegen! Wellicht was het wel erg optimistisch maar ik had gehoopt, en stiekem zelfs verwacht, dat er vis op de mat zou komen. Net zo vlug als dat ik alles opgezet had, heb ik ook weer alles ingepakt, zodat ik voor de eerste wandelaars weg ben.
In de week die volgt, voer ik nog wel dagelijks op het grindplateautje maar het voelt niet echt goed. De weersomstandigheden zijn erg wisselend; van warm en regenachtig weer naar heldere nachten met vrieskou. Het doet de eetlust van de vissen vast geen goed. Aan het eind van de week slaat het weer wederom om en nu hebben we goed visweer te pakken. Een stevige zuidwester blaast over het land en gaat gepaard met zon, regen, kortom: echt Hollands weer en bovenal écht visweer! Wanneer ik dan ook het bericht krijg van vismaat Jeroen dat er op de zandput de eerste vissen gevangen worden, is de knoop snel doorgehakt en besluit ik eerder dan voorzien een dagsessie op de put te gaan vissen. Het blijft die dag verder stil, ik zie ook geen enkele vis springen, maar het voelt goed om weer op de put te zijn en nu heb ik ook mooi tijd om wat videobeelden te schieten.
Drie dagen na de dagsessie ben ik terug en vis ik ook mijn eerste nacht van het jaar op de zandput. Ik vang twee zeelten op dik negentig meter afstand, maar ook nu laten de karpers verstek gaan. Kevin komt ’s ochtends nog even buurten en samen mijmeren we over de mooie, grote spiegelkarpers die hun rondjes zwemmen op dit water.

Ik voel dat er meer in het vat moet zitten en nog geen week later zit ik opnieuw aan het water. Ditmaal bevis ik een andere zijde van het water die iets meer in de luwte ligt. Ik heb vandaag ook mijn nieuwe stokken binnen gekregen (voor de geïnteresseerden; de Daiwa Infinitiy DF 3,25lb hengels) en ik sta te springen om ze uit te proberen. Ondanks het gekraak en gepiep van de oude Shimano-molens gooi ik toch al een aardig eind verder dan met de vorige hengels en het voelt goed om voor het eerst op 100 meter afstand te vissen. Wanneer alle hengels inliggen, vriest het dat het kraakt en vormt zich een witte laag ijs op de onthaakmat. Groot is mijn verbazing wanneer ik halverwege de nacht een aarzelende aanbeet krijg. De vis doet nauwelijks iets en na een aantal kleine uithalen onder de top, duw ik het net onder de eerste karper van het jaar. Het blijkt een prachtig uitzettertje te zijn en ik ben enorm in mijn nopjes. De kop is eraf! De vis gaat snel in de sling, zodat ik rustig de fotografiespullen klaar kan zetten. In deze vrieskou wil ik de vis niet langer dan noodzakelijk op de kant houden. Na een paar snelle kiekjes zet ik het visje terug en nodig ik hem alvast uit om over een jaar of vijf terug te komen.
Vier dagen later ben ik rond middernacht terug voor het volgende nachtje onder het motto: “je moet het ijzer smeden als het heet is”. Ditmaal schuif ik een stek naar links op, omdat ik de vorige nacht op mijn linkerhengel de aanbeet kreeg. De huisgemaakte Krank chodrigs worden voorzien van de vertrouwde Salty Squid pop-upjes en met een stevige zwiep richting horizon en een handvol bollen er achteraan, duik ik rond één uur die nacht onder de brolly. Net als de vorige nacht, vriest het goed door, en net als de vorige nacht vang ik ook nu rond half vier ’s ochtends een prachtige uitzetter. Vorig jaar moest ik hard bikkelen om vroeg in het jaar op regelmatige basis vis te vangen en nu vang ik, onder alles behalve ideale omstandigheden, de eerste vissen van het jaar. Al bij het opruimen die volgende ochtend worden de plannen gesmeed voor het volgende nachtje. Hopelijk lukt het dan om één van de grotere bewoners van het water te strikken. Ik ben benieuwd!

News ArchiveNEWS ARCHIVE

ARCHIVE